Winkelwagen
0 items

Rozen

top

Historie van de roos

Rosa, een beknopte historie
De oerroos die aan de wieg van onze beschaving heeft gebloeid, was een eenvoudige, wilde bloem met vijf of zeven geurende bloemblaadjes om een plukje meeldraden. Op het noordelijk halfrond waren de wilde rozen overal te vinden waar het klimaat mild was en de grond vruchtbaar. De bloei duurde maar enkele weken, van mei tot begin juni, maar toch hebben deze onaanzienlijke bloemen hun stempel gedrukt op iedere beschaving binnen deze klimaatzone.

Uit verwijzingen in oude geschriften blijkt dat de roos in verband kan worden gebracht met Boeddha, Visjnoe, Confucius en Mohammed. Vooral binnen de islam nam de roos een vooraanstaande plaats in: volgens de overlevering is de roos ontstaan uit een zweetdruppel op het voorhoofd van de profeet Mohammed tijdens zijn tocht naar de hemel. Binnen de westerse cultuur waren de rozen al geliefd bij de Romeinen die ze teelden voor het nut én het plezier. Zij hingen rozen op aan de zoldering en wat ‘onder de roos’(sub rosa) werd verteld, moest ‘binnen deze vier muren’ blijven. In het Middeleeuwse Christendom hadden vooral de witte lelie en de roos symbolische waarde; de rode roos stond voor de inspiratie van de Heilige Geest en het door martelaren vergoten bloed.

Het geslacht Rosa
De bloemkleur van de wilde roos was roze of wit en het Latijnse woord voor de kleur roze werd de wetenschappelijke geslachtsnaam Rosa. Aan de eenvoudige bloemvorm is eeuwenlang gesleuteld. Eerst werden de bloembladen verdubbeld, later werden de rozen ‘omgebouwd’ tot allerlei bloemvormen: gevuld, gekwartierd (d.w.z. gevuld in vier of vijf delen), breed komvormig als pioenen of met een slank, hoog silhouet. Hoe meer rozenblaadjes, hoe meer geur - en in de onhygiënische tijden van vroeger was dat een belangrijke component. Met de toename van het formaat groeide ook de belangstelling foor de roos. Op zeventiende-eeuwse bloemstillevens werden de ‘honderdbladige’ rozen, Rosa centifolia, veelvuldig afgebeeld. Een eeuw later werd de Chinese roos, Rosa chinensis, in Europa geïntroduceerd. Deze roos bracht doorbloeiende eigenschappen en een elegante bloemvorm in. Naar later bleek stond de introductie van de Chinese roos ook aan het begin van de gezondheidsproblemen van rozen.
Daarna verscheen Keizerin Joséphine op het toneel, de echtgenote van Napoleon, die een verzameling aanlegde van de rozen die wij nu ‘oude rozen’ noemen. Zij gaf de toon aan in Parijs én bij Napoleon, die op het hoogtepunt van de strijd tussen Frankrijk en Engeland een Engelse kweker genaamd Kennedy een paspoort gaf om haar in Malmaison op te zoeken. Later legden de twee marines de oorlog even stil o een Engels vrachtschip met rozen veilig Frankrijk te laten bereiken. Joséphines collectie telde tweehonderdvijftig soorten die merendeels door de Franse schilder Redouté zijn vereeuwigd. Het verhaal gaat dat Napoleon na zijn scheiding van Joséphine haar Engelse rozen uit de grond liet trekken!
In de vele smeuïge anekdotes die over de roos bestaan komt steeds weer tot uitdrukking dat de roos zich ontwikkelde in samenhang met de heersende cultuur. Bloeiden de oude geurige rozen van Joséphine slechts eenmaal, in de nuchtere twintigste eeuw werden bloeiherhalende eigenschappen belangrijker dan romantiek en geur. Ook de kleuren van de rozen werden anders. De oude rozen van Joséphine varieerden van wit via alle schakeringen van roze tot het diepst mogelijke aubergine. Omstreeks 1900 werd nieuw bloed ingebracht dat leidde tot kruisingen met schreeuwerige gele en oranje tinten. Daarmee was het kleurenscala compleet, met uitzondering van blauw. Nog steeds is men in de hele wereld naarstig op zoek naar een écht blauwe roos.
Bij het kruisen was het verhogen van de schoonheid van de roos altijd het uitgangspunt geweest. Pas na de Tweede Wereldoorlog verschoof bij moderne rozenveredelaars als Kordes in Duitsland, de aandacht naar de resistentie. Daarbij bleek geur helaas een recessief gegeven en veel van de sterke, doorbloeiende struikrozen van Kordes ontbrak het dan ook aan geur. Aan het einde van de twintigste eeuw kwam er weer een omslag. Kwekers als David Austin – en later ook Meilland en Poulsen – slaagden erin de geur weer terug te brengen in moderne rozen.


top